Categorie archief: huiswerk

Boeken, boeken, boeken, boeken…

Huiswerk tot 29.05.2017

Verzamel de voor- en nadelen van boeken of tijdschriften op papier in vergelijking met e-boeken of e-tijdschriften.

Papier

Toen de Gutenberg de boekdrukkunst vond uit, konden vele mensen het lezen leren omdat de boeken goedkoper geweest zijn. Vandaag krijgt het klassiek boek concurrentie door de e-boeken. Erbij hebben de papierboeken sommige voordelen.

  • Wanneer je geen stroom heeft, kun je de papierboeken nochtans lezen.
  • Evenzo de tijdschriften op papier. Een gelezen tijdschrift kan je bijv. recyclen en weer gebruiken. Met een actuele of oude tijdschrift kan je de vliegen doodslaan. Dat geïnteresseerd een dode vlieg niet.
  • Een papierboek is een leuk cadeautje en je kunt een dedicatie erin schrijven.

De nadelen van papierlectuur zijn

  • Je heeft veel plaats nodig voor de boeken.
  • Je heeft veel afval wanneer je een dagblad geabonneerd heeft.
  • De brandpreventie van bibliotheken is problematisch omdat de vele boeken in een gebouw een hoge brandlastfactor hebben.

De haptische waarneming van papierboeken is maar een subjectief indruk.

E-lectuur

De e-boeken en e-tijdschriften hebben net hoogconjunctuur. Een leuke uitvinding, wanneer je vele voordelen heeft.

  • Op een e-bookreader kan je duizenden van boeken en dagbladen sturen. Daarom heeft hij altijd hetzelfde gewicht, gelijk hoeveel boeken je heeft.
  • Via internet koop je de e-lectuur binnen seconden en meestal goedkoper dan de papieren uitgaven.
  • Heb je een bril nodig? Geen probleem. Je kunt de schriftteken groter en kleiner maken, als het je belieft.
  • Je hebt altijd nieuwere informaties dan van de printmedia.

De nadelen zijn:

  • Geen stroom meer – geen lectuur. De looptijd van de accu’s zijn beperkt.
  • Er zijn verschillende e-boekreader en producent specifiek formaten van de software op maart.

Maar let op wanneer je vliegen doodslaan wil. Meestal marcheert het maar een keer…

Waar geef jij de voorkeur aan.

Wanneer ik op reis ben gebruik ik graag het e-boek. We hebben de e-dagblad geabonneerd, omdat de brievenbus voor en de afvalbak erachter niet zo vol is.

Ik lees ook graag papierboeken vooral die, met een dedicatie.

Een lievelingsgerecht

PS_20160517091322Da ik een halve Beier ben, eet ik graag “Schwammerlsupp’n mit oam Semmelknedl”. Dat is een paddenstoelensoep met knoedels. Iedere herfst schieten de paddenstoelen uit de grond en roepen “Eet me!”. Dan lopen we door de bos en plukken de zwammen. Lekkere eetbare paddenstoelen zijn de kastanjeboleet (Maronenröhrling), het eekhoorntjesbrood (Steinpilz), de cantharel (Pfifferling) en verschillende soorten van de champignons. Principieel kan je alle paddenstoelen eten. Maar wil je mijn lievelingsgerecht overleven, koop de paddenstoelen beter in de handel laat die in het bos staan…

Paddenstoelensoep
500 g gemengde paddenstoelen
1 stukje boter
1 L groentebouillon
1 -2 el speltmeel
peterselie
zout, peper, karwij (gemalen, maar beter is ongemalen karwij)

Snijd de schoongemaakte paddenstoelen in stukjes of schijfjes. Verwarm een grote pot en geef een stukje boter erbij. Geef de paddenstoelen in de pot en roer goed om. Nu voegt je het zout, de peper en de karwij erbij en roer om. Voeg de speltmeel erbij en roer weer goed om. Giet langzaam de groentebouillon op de paddenstoelen en laat de soep circa 20 min koken. Roer af en toe om. Breng opnieuw de soep met zout en peper of karwij op smaak en voeg de gehakte peterselie erbij.

Knoedels
10 oude broodjes (of 1 – 2 oude baguettes)
3 – 4 eieren
¼ – ½ L warme melk
zout, peper

Snijd de oude broodjes in dunne schijfje en doe ze in een schotel. Giet de warme melk op de gesneden broodjes en voeg de eieren erbij. Laat de melk in de broodjes 10 min  intrekken en geef zout en peper erbij. Kneed de deeg door en maak ronde ballen. De ballen moeten in heet zoutwater 30 min licht zieden.

Opdienen
In een soepbord giet je de soep en leg een knoedel erbij. Echt lekker!

Een boodschappenslijstje schrijven

IMG_0492
Grote Markt in Brugge

Het was weer donderdag en ik ging naar de weekmarkt in Overath. Op mijn boodschappenslijstje stond aardappels, kaas, vis en fruit.

Eerst ging ik naar de aardappelboer. Hij heeft altijd betere aardappels dan de groenteboer. Ik had 5 pond Laura nodig. De soort Bamberger Hörnla geeft het helaas alleen in de herfst en zijn de allerbeste aardappels. “Ik heb nog een kilo melige aardappels nodig omdat ik Rösti maken wil” zegde ik te Witold, de aardappelboer. “Dan neemt je beter de Agria. Verder nog iets?”
“Nee, dat was het vandaag.”

Daarna ging ik naar de vishandel. Op de boodschappenslijst stond “4 matjes en een  haringsla”.

De derde station is de kaasboer Mark Duister uit Limburg. Mark begroette mij met een opmerking van mijn cursus Nederlands, “alles in orde om de cursus te volgen?”. “Zo helder als koffiedik.” antwoordde ik. Mark heeft veel soorten lekkere Hollandse kaas. Mijn favoriet is de belegen boerenkaas of de oude brokkelkaas. Ik kocht vandaag een stukje jonge boerenkaas, zes plakjes Beemster, een stukje belegen Noord-Hollandse kaas en een pakje chocovla. Hmmm lekker…
“Wat krijgt je van me?”
“Negentien Euro tachtig.”
“Alsjeblieft, ik heb het gepast.”
“Wat leuk, tot volgende week, Gerd…”
“Tot volgende week, Mark..”

De laatste handel was de groenteboer. Maar vandaag had ik alleen 12 Clementine nodig, omdat s’ middags de levering van Bioland Hüsgen kwam.

Op het laatst dronk ik een kopje koffie bij de bakkerij aan het Stationsplein. Daarna reed ik naar huis.

Wat stond nu op het boodschappenslijstje?

boodschappenlijst 001

Zaterdag is waterdag …

Böst
“Böst” (Fred Åberg) Trelleborg

wanneer het regent. Op deze zaterdag in elk geval.

Ik sta om acht uur op. Het regent. Kwart over acht sta ik onder de douche en het regent zo lang ik wel.

Ik rijd niet met de fiets naar de bakkerij omdat het buiten regent. Ik neem de auto en rijd in het dorpje. De ruitenwisser werkt zoals een bezige bij, omdat… jullie weten het– het regent.

Om vijf voor tien ontbijten mijn vrouw en ik. We eten broodjes, mijn vrouw drinkt een kopje koffie en ik drink water, als tribuut aan het weer natuurlijk.

Het is elf uur en we rijden door de regen naar Sankt Augustin naar een winkelcentrum. In een mediawinkel koop ik een monitorkabel en een nieuwe zoomlens met ultrawijde hoek voor mijn camera.

Om kwart voor twaalf rijden we naar een grote detailhandelsbedrijf. Da moeten we boodschappen doen. Het geld dwarrelt uit de portemonnee neer zoals de regen buiten…

À propos – heb ik dat jullie ook al vertelt? Het regent…

Het is tien minuten voor half drie en ik breng een nieuwe kantenspiegel in de badkamer van mijn schoonmoeder aan. Als ik met de boormachine gaatjes in de muur boor denk ik, “hopelijk tref ik de waterbuis niet”. Ik wil geen oncontroleerbare regen in de badkamer hebben. Het is beter wanneer het buiten regent.

Vier uur is lekker kooktijd. Vandaag eten we een ragout van kalfsvlees. De ingrediënten zijn, 650 g fijngesneden kalfsvlees, 200 g champignons, 100 g erwten, witte wijn en room. Gecombineerd met noedels en veldsla is dat erg lekker. Ik drink geen water, ik drink een glas Roséwijn daarbij. Regen heen regen weer…

Om vijf minuten over half acht kijk ik een DVD. De film komt uit Noorwegen en het “Jeg reiser alene” en in het Nederlands “Ik reis alleen”. Jarle Klepp is een student literatuurwetenschappen. Hij komt erachter, dat een one-night-stand voor zeven jaar en negen maand niet zonder gevolgen gebleven is. Zijn dochtertje komt over een week op bezoek. Jarle weet veel over literatuur, maar niets over kinderen… De film speelt in Bergen. Weten jullie dat Bergen bekend is om zijn hevige regenval?

Het is vijf voor elf en ik ga lekker naar bed. De regen trommelt aan de venster en ik slaap in. Ik droom van mooi weer en een lekkere regenbog… chrr chrrrrr chrrr ….regnbue

Huiswerk 07.12.2015

S’morgens staat mijn echtgenote het erst op en doucht. Ik bereid het ontbijt. Na het ontbijt gaat mijn echtgenote naar de school en werkt als lerares. Ik heb dan een betje tijd en kan de krant lezen en douchen. Daarna gaan ik in mijn werkkamer en begin mit mijn werk. Ik ben gepensioneerd en werk nu als selfstandig advocaat. Overdag ik werk conclusies voor mijn clienten. S’avonds ik tref hen voor besprekeningen. Ondat ik kan mijn tijd telf indelen, ik heb de mogelijkheid overdags voor sport. Wij besluiten de dag mit lezen, televisie kijken og naar het muziek luisteren.

Tot ziens

 

Frank

Huiswerk tot 07.12.2015

Hoi lieve cursisten.

Was meint ihr? Sind da Fehler enthalten?

Hoi Nadine.In Zeile 17 habe ich das Wort zei rot markiert. Heißt es nicht zegde? Ist zei Umgangssprache oder habe ich da den Satz nicht richtig verstanden?  Ein Kursteilnehmer aus Kamerun sagte einmal…

Zet het woord tussen haakjes in het meervoud
  1. Veel vrouwen dragen larsen als het koud is.

  2. In Nederland hebben bijna alle huizen centrale verwarming.

  3. Een leraar geeft adviezen over beroepen en verdere studie.

  4. Voor mijn verjaardag krijg ik altijd een prachtig bos rozen.

  5. Ze heeft last van haar lenzen daarom draagt ze nu haar oude bril.

  6. De glazen van die bril zijn niet goed.

  7. De prijs van tweedehands auto’s zijn in veel garages veel te duur.

  8. Door oorlogen en honger zijn veel mensen in een hopeloze situatie.

  9. Op de snelwegen rijdt het verkeer vaak veel te hard.

  10. Er gebeuren dan soms ook ernstige ongelukken.

  11. Een keukenmachine vind je bij de elektrische apparaten.

  12. In Rotterdam heb je veel soorten taalcursussen.

  13. Op sommige boerderijen maken ze nog zelf kaas. Die kazen vind ik lekkerder dan die uit de fabriek.

  14. De adressen van onze cursisten zitten allemaal in de computer.

  15. Hij voelt zich eenzaam, hij heeft bijna geen contacten.

  16. Mijn broer heeft vier kinderen. Ik heb twee neven en twee nichten.

  17. Een cursist uit Kameroen zei (zegde???) eens: “Nederland heeft maar twee seizoenen. Winter en lente.”

  18. Op school staan de paraplu’s in de gang.

Vul het passende woord in
  1. Marilene is getrouwd. Haar man heet Jaap. (haar/zijn)
  2. Ze hebben een kind. Hun kind heet Anemarie. (haar/hun)
  3. We doen de papieren in onze tas. (ons/onze)
  4. Ik zit op een stoel. Mijn pen ligt op de tafel. (mijn/zijn)
  5. Heb jij je jas in de gang op de kapstok? (haar/je)
  6. Hij heeft zijn koffie en broodjes betaald. (hun/zijn)
  7. Zij heeft haar familie gisteren gebeld. (haar/hun)
  8. Heeft u uw geld in uw jas op de gang? (jouw/uw)
  9. Dat is gevaarlijk. Wij hebben onze geld hier in onze tas. (ons/onze)
  10. Cemile en Baki komen uit Turkije. Hun taal is Turks. (haar/hun)
  11. Nu schrijven jullie de antwoorden op jullie blaadjes. (hun/jullie)