Nachtmerrie in Bergen

Ik ben een zakkenroller met hartstocht. Niet gewoon crimineel, nee, ik ben meer “een sportman”. Het is altijd een echt goed gevoel wanneer het adrenaline door het lichaam stroomt.

Twee maanden geleden heb ik deelgenomen aan de cursus “Let op zakkenrollers!” bij de politie in Bergen. Sinds mijn eerste les was ik gefascineerd van de trucjes van de zakkenrollers. Naar de tweede les proefde ik de zakkenrollerij zelfs. Zeker, dat was niet het doel van deze cursus, maar te weten hoe een brein van een zakkenroller werkt, was een omgetoverde gedachte.

Voor de eerste keer stal ik 1000 Noorse kroon, een paspoort en private dingen. De hele buit gaf ik aan de slachtoffers terug. Anonym natuurlijk. Ik ben toch maar een sportman.

In de afgelopen week had erg pech. Op de Torgallmenningen1 greep ik een onvoorzichtige man in zijn jas. Ik was voor een ogenblik geïrriteerd omdat we op elkaar leken als twee druppels water. Spijkerbroek, een zwarte leren jas, blond krullend haar en even groot als ik. De portemonnee wandelde onzichtbaar van zijn jas naar mijn jas… Toen de “ruil” uitgevoerd was viel me op dat de portemonnee kleverig was. Met veel afstand naar de man keek ik naar mijn rechte hand. Daar was bloed…

Meer dan onzeker keek ik terug naar de man maar hij was al verdwenen. Het bloed plakte aan mijn hand. Op het moment dat ik de handen aan het Sjøfartsmonument2 wou afwassen, voelde ik een hand op mijn schouder. “Je bent gearresteerd!” Ik draaide me verbaasd naar de politieagent in civiel. Een tweede agent toonde zijn legitimatiebewijs. De eerste agent hield me vast. Potverdomme! Dat was de dag waarop het moest gebeuren, dacht ik.

Roof en doodslag, maar ik denk dat het moord was.”

Wat zegt je?” brulde ik, “Ik …”

Kop dicht!” brulde de politieagent terug, “Dat is geen ketchup aan jouw hand. Dat is het bloed van de juwelier in het Bergen Storsenter3” zei hij en wees op mijn bebloede hand. “Er is een getuige en zijn beschrijving van de dader past op jou. Zwarte leren jas, spijkerbroek, blond krullend haar en ongeveer 1,80 m groot. Ik denk dat we dat na de videoanalyse ook kunnen bewijzen.”

De tweede politieagent legde de handboeien om mijn handen, terwijl de eerste politieagent mijn leren jas doorzocht. Hij vond de portemonnee. “Aha, wil je het verder ontkennen? We denken toch dat we de dader hebben, of niet?”

Potverdorie wat ben ik toch een idioot, dacht ik, nu zit ik in de puree. De gedachten draaiden zich zoals windmolen in mijn hoofd. “Jaaa ik, ik heb de portemonnee gevonden en …”

En je wou de portemonnee naar de dichtstbijzijnde politiebureau brengen? Wat leuk … Als je me wilt verneuken, alsjeblief, probeer maar!” De politieagent was erg furieus. Wat een pijnlijke situatie.

Twee uren later zat ik in de verhoorkamer 2 van de politiebureau Bergen Centrum. Een grijze kamer met een tafel, vier stoelen, een videocamera en een microfoon. Er was geen spiegel aan de wand zoals die in de Tv-krimi’s voorkomen. Inmiddels kon ik mijn handen wassen nadat ze mijn vingerafdrukken hadden genomen. Ze hadden ook mooie foto’s van mij gemaakt. Ze verhoorden mij een uur lang en ik herhaalde mijn getuigenis keer op keer. Ik was dorstig en zat alleen in de kamer. Toen ik in het microfoon om een druppel water wou vragen, kwamen de twee politieagenten terug. Vriendelijk vraagde de eerste politieagent “Waar heb je de portemonnee gevonden?” “Op de hoek van de Rådhusgata og Torgallmenningen” loog ik. Het was maar een halve leugen omdat ik de portemonnee niet had gevonden. Ik had ze gestolen. Maar dat was een andere verhaal…

Okay – de getuige zei dat hij een andere kerel had gezien. Bovendien stemmen de vingerafdrukken niet met jouw overeen. Je heb geluk. Ik denk nog steeds dat je iets met de zaak te doen hebt. Maar je kunt gaan.”

Toen ik naar buiten wou gaan ontmoette ik op de gang Olsen, de docent van de cursus “Let op zakkenrollers!”. “Hoi Folke, wat doet je hier?” vraagde hij vriendelijk. “Heb je hunkering naar de cursus?” Hij lachte hartelijk. Ik vertelde hem het hele verhaal met uitzondering van mijn diefstal.

En je hebt de portemonnee echt gevonden?” vraagde Olsen met een doordringende blik.

Jjjjaa, zeker dat…” stotterde ik. Goh, wat stom. Ik had net twee door de wol geverfde politieagenten weerstaan en een oude, gepensioneerde politieman zou mijn “hobby” ontdekken? Maar ik kon de waarheid toch nooit zeggen.

Het is mogelijk dat ik de dader misschien gezien heb…” zei ik stiekem en voorzichtig.  “Wat? Bent je gek? Dat moet je straks Hansen en Ingebrigtsen vertellen!” riep Olsen en schudde zijn hoofd.  Potverdomme, daar komt narigheid van, dacht ik …

Hansen was rood van woede toen hij hoorde dat ik “eventueel” de dader zou heb gezien… Hij zette een heel grote mond op zodat iedereen zijn keelamandelen kon zien bengelen. “JE ZULT IN DE GEVANGENIS TERECHTKOMEN!!!!” schreeuwde hij wild en liep uit de verhoorkamer 2. Hansen sloeg de deur hard dicht en verdween.

Zo, nu spelen wij good cop – bad cop met elkaar en Hansen was de goede.” zei Ingebrigtsen en lacht als een duivel…

Wat wil je?” vroeg ik, “Wil je me folteren? Waterboarding, wat? IK KAN JE NIET ZEGGEN, WIE DE DADER IS. IK KEN HEM NIET. Ik heb hem misschien gezien, misschien ook niet. Ik heb eventueel een man gezien, die op de Fisketorvet4 verdween. Het was misschien zijn portemonnee, misschien ook niet. Ik wou de portemonnee teruggeven en naar het dichtstbijzijnde politiebureau gaan, maar jullie hebben me voordien gearresteerd. Ik schrijf het graag honderd keer op een blad papier of ik beitel het in een harde steen. IK HEB GEEN ZIN MEER OP DEZE APEKOOL. Ik heb genoeg gezegd. Laars het op jouw lappen. Ik wil naar huis. Basta.”

De braaf “bad cop” Ingebrigtsen zat met open mond verbaasd aan de tafel en zegde geen woord meer.

Naar een tijdje kwam de juiste “bad cop” Hansen door de deur. “ROT OP! We mogen jou niet houden vast, zegt de openbare aanklager. Ik wil je nooit meer zien.”

Het regent in de straten van Bergen zoals het daar altijd regent. Zo nat als een kat ging ik thuis naar Nøstet5. Voor de deur stonden twee kerels in de duisternis. Och nee, dacht ik, niet opnieuw alsjeblieft. Maar deze kerels waren geen politieagenten. Een van de twee venten had blonde krullen en droeg een zwarte leren jas… Potverdomme, vanwaar weten deze sukkels waar ik woon, dacht ik, alsof ik in een scene van een slechte TV-krimi stond.

Waar is de portemonnee?” vroeg de Jan Lul6 en bedreigde me met een mes. De andere idioot bedreigde me met een pistool. “Hemeltje, ik kom net van de regen in de drop…” zuchtte ik, “De portemonnee liegt in het bureau van de federale politie in Bergen.”

Waaaat?” riep hij, “Ik stuur je naar de hel!” Opeens hoorde ik een harde knal en ik had pijn in mijn linker arm en …

ik ontwaakte …

Waar … waar ben ik?” vroeg ik, “Ben ik in de hemel of in de hel?”

Je bent thuis” zei een zachte bekende stem. “Je hebt een nachtmerrie gehad en je bent uit het bed gevallen.” zei de zoete stem van mijn vrouw.

Goh, wat dom. Een droom? Ja – euh – dan is het wel beter wanneer ik weer ga slapen…”

Ja, dat klopt. Welterusten en droom van iets goeds.”

Ja…  zeker…  slaapwel …”

Welnu, deze nachtmerrie was uniek!

1Torgallmenningen = een avenue in Bergen (Noorwegen)

2Sjøfartsmonument = een bron op de Torgallmenningen

3Bergen Storsenter = een groot winkelcentrum in Bergen

4Fisketorvet = de Vismarkt in Bergen

5Nøstet = een stadsdeel van Bergen

6Jan Lul = een stomme en onbenullige kerel

Het origineel “Mareritt i Bergen”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *