Maandelijks archief: december 2015

Plan uw reis

plan uw reisWanneer je de pagina van de Nederlandse Spoorwegen bezoekt vind je een link met reisinformatie “plan uw reis” . Dat is erg nuttig wanneer man van A naar B reizen wil. Maar, ik reis in cirkels…   In cirkels?    Wat betekent dat?
gerdje
Ik ga op reis met de modeltrein. Elke jaar wanneer het weer koud wordt, bouw ik een kleine modelbaan.  Toen ik nog een kleine jongen was, bouwde mijn vader de modelbaan op en houten plaat. Eigenlijk  was dat de modelbaan van mijn twee grote broers, maar het kleine Gerdje wou ook spelen…..

Vandaag bouw ik twee nieuwe sporen op een grote plaat van 1m x 1,40m. Het kan een trein met de klok me, en een trein tegen de klok in rijden.  Zo kan man van A tot B of van B tot A rijden.  Bij mijn modelbaan is een dienstregeling niet belangrijk. De treinen komen nooit te vroeg of nooit te laat.  De treinen komen in reiziger keuze. Dat is de wereld best klantenservice,  nietwaar?

Milieuvriendelijk zijn mijn modeltreinen ook. De stoomlocomotief rijdt met stroom en de diesellocomotief rijdt ook met stroom. En deze stroom komt van een zonnepaneel. Goed, toegegeven, de treinen zijn ook 160 keer zo klein als een echte grote trein. Maar en echte trein rijdt ook nooit in mijn kamer…

P1020030

Apropos rijden. Ik moet nog een beetje werken. De modelbaan is nog niet helemaal klaar. De vertrektijd is op 23. december. Wilt je kijken komen?

Tot ziens
Gerd

Huiswerk 07.12.2015

S’morgens staat mijn echtgenote het erst op en doucht. Ik bereid het ontbijt. Na het ontbijt gaat mijn echtgenote naar de school en werkt als lerares. Ik heb dan een betje tijd en kan de krant lezen en douchen. Daarna gaan ik in mijn werkkamer en begin mit mijn werk. Ik ben gepensioneerd en werk nu als selfstandig advocaat. Overdag ik werk conclusies voor mijn clienten. S’avonds ik tref hen voor besprekeningen. Ondat ik kan mijn tijd telf indelen, ik heb de mogelijkheid overdags voor sport. Wij besluiten de dag mit lezen, televisie kijken og naar het muziek luisteren.

Tot ziens

 

Frank

Huiswerk tot 07.12.2015

Hoi lieve cursisten.

Was meint ihr? Sind da Fehler enthalten?

Hoi Nadine.In Zeile 17 habe ich das Wort zei rot markiert. Heißt es nicht zegde? Ist zei Umgangssprache oder habe ich da den Satz nicht richtig verstanden?  Ein Kursteilnehmer aus Kamerun sagte einmal…

Zet het woord tussen haakjes in het meervoud
  1. Veel vrouwen dragen larsen als het koud is.

  2. In Nederland hebben bijna alle huizen centrale verwarming.

  3. Een leraar geeft adviezen over beroepen en verdere studie.

  4. Voor mijn verjaardag krijg ik altijd een prachtig bos rozen.

  5. Ze heeft last van haar lenzen daarom draagt ze nu haar oude bril.

  6. De glazen van die bril zijn niet goed.

  7. De prijs van tweedehands auto’s zijn in veel garages veel te duur.

  8. Door oorlogen en honger zijn veel mensen in een hopeloze situatie.

  9. Op de snelwegen rijdt het verkeer vaak veel te hard.

  10. Er gebeuren dan soms ook ernstige ongelukken.

  11. Een keukenmachine vind je bij de elektrische apparaten.

  12. In Rotterdam heb je veel soorten taalcursussen.

  13. Op sommige boerderijen maken ze nog zelf kaas. Die kazen vind ik lekkerder dan die uit de fabriek.

  14. De adressen van onze cursisten zitten allemaal in de computer.

  15. Hij voelt zich eenzaam, hij heeft bijna geen contacten.

  16. Mijn broer heeft vier kinderen. Ik heb twee neven en twee nichten.

  17. Een cursist uit Kameroen zei (zegde???) eens: “Nederland heeft maar twee seizoenen. Winter en lente.”

  18. Op school staan de paraplu’s in de gang.

Vul het passende woord in
  1. Marilene is getrouwd. Haar man heet Jaap. (haar/zijn)
  2. Ze hebben een kind. Hun kind heet Anemarie. (haar/hun)
  3. We doen de papieren in onze tas. (ons/onze)
  4. Ik zit op een stoel. Mijn pen ligt op de tafel. (mijn/zijn)
  5. Heb jij je jas in de gang op de kapstok? (haar/je)
  6. Hij heeft zijn koffie en broodjes betaald. (hun/zijn)
  7. Zij heeft haar familie gisteren gebeld. (haar/hun)
  8. Heeft u uw geld in uw jas op de gang? (jouw/uw)
  9. Dat is gevaarlijk. Wij hebben onze geld hier in onze tas. (ons/onze)
  10. Cemile en Baki komen uit Turkije. Hun taal is Turks. (haar/hun)
  11. Nu schrijven jullie de antwoorden op jullie blaadjes. (hun/jullie)